Een vrouw stapt bij het uitgaan met haar voet in een stuk glas van een gebroken bierfles. Als gevolg hiervan loopt zij vervelend letsel op. Vervolgens stelt ze de uitgaansgelegenheid aansprakelijk, omdat er door hen een gevaarlijke situatie zou zijn gecreëerd.

De meeste studenten zouden bij het lezen hiervan direct denken aan hun eigen stamkroeg of favoriete club, waar de vloer altijd bezaaid ligt met bekers of waar deze steevast glad is.

Rechtenstudenten daarentegen, denken bij het lezen van de bovenstaande ‘casus’ maar aan een ding: onrechtmatige daad!

De geschetste situatie hierboven is daadwerkelijk voorgevallen en afgelopen september heeft de rechtbank Overijssel hierover beslist. Hierbij ging het met name om de vraag of de uitgaansgelegenheid jegens de eiseres onrechtmatig heeft gehandeld door de aanwezigheid van glasscherven op de vloer.

De rechtbank heeft als eerste vastgesteld dat zich een gevaarscheppende situatie heeft voorgedaan die tot schade heeft geleid. Of er vervolgens in de zin van artikel 6:162 BW sprake is van ‘handelen dan wel nalaten in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt’, is een wat minder makkelijk te beantwoorden vraag. Hiervoor grijpt de rechtbank terug naar de criteria van het welbekende Kelderluikarrest. Volgens dit arrest dient in gevaarzettende situaties bij beoordeling van de al dan niet onrechtmatigheid rekening te worden gehouden met:

  • de waarschijnlijkheid dat oplettendheid en voorzichtigheid niet in acht wordt genomen;
  • de aard en omvang van de mogelijke schade;
  • de kans dat deze schade zich daadwerkelijk voordoet;
  • de mate waarin het bezwaarlijk is om voorzorgsmaatregelen te nemen.

Het slachtoffer, de eiseres in deze zaak, heeft maar liefst zeven getuigen opgetrommeld en laten horen. Uit hun verklaringen bleek dat in de uitgaansgelegenheid geregeld tot vaak gebroken bierflesjes, bekers en ander afval op de vloer te vinden was. Vaak lieten mensen glazen vallen en als deze al netjes werden neergezet op de tafels, werden deze door de medewerkers bijna nooit opgeruimd. Ook bestond er veel onduidelijkheid over het al dan niet bestaan van een regel om op de dansvloer geen flesjes of glazen mee te nemen.

Duidelijk was echter dat de eiseres niet de enige is geweest die in deze uitgaansgelegenheid verwondingen heeft opgelopen door glas. Dit werd bevestigd door een aantal medewerkers en EHBO’ers van het bedrijf. Zij verklaarden eveneens dat glas op de dansvloer gebruikelijk is. Slechts één medewerker wist af van de huisregel dat de dansvloer niet mag worden betreden met glas.

Op basis hiervan heeft de rechtbank vastgesteld dat door drankjes in glazen of flesjes te verstrekken aan bezoekers, zonder een kenbaar en gehandhaafd verbod om daarmee op de dansvloer te komen, sprake is van gevaarzetting. De uitgaansgelegenheid had erop bedacht moeten zijn dat bezoekers niet altijd oplettend en voorzichtig zijn in risicovolle situaties. Verwondingen die zijn opgelopen als gevolg van het nalaten, hadden met relatief eenvoudige maatregelen voorkomen kunnen worden. Er is kortgezegd van enig adequaat beleid ter zake geen sprake geweest. Op basis hiervan is de rechtbank van oordeel dat de uitgaansgelegenheid jegens de het slachtoffer onrechtmatig heeft gehandeld.

Deze uitspraak van de rechtbank bevestigt maar weer dat het leerstuk van de onrechtmatige daad ontzettend breed is en in tal van situaties om de hoek kan komen kijken. Om te bepalen of er sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van art. 6:162 BW, wordt vaak als eerste gekeken naar de vraag of het gedrag in strijd is met een wettelijke norm of inbreuk maakt op een subjectief recht. Indien geen sprake is van deze gevallen, kan er nog sprake zijn van ‘een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt’. Als het gedrag in deze categorie moet worden geplaatst, wordt de beoordeling van een al dan niet onrechtmatige situatie nog veel lastiger. Het gedrag waarover moet worden geoordeeld ligt dan namelijk niet vast in geschreven regels. Er moet worden teruggevallen op ongeschreven maatschappelijke normen omtrent zorgvuldig en adequaat gedrag. Het nadelige karakter van ongeschreven gedragsnormen is echter dat veel verschillende factoren een rol kunnen spelen en dat in iedere situatie weer andere factoren de hoofdrol hebben. De situatie en boordeling wordt hierdoor sterk casuïstisch van aard.

Hoewel strijd met het maatschappelijk verkeer een zeer vage norm is die sterk afhangt van de casus waarin hij voorkomt, biedt de rechtspraak op dit terrein wel enige houvast bij de beoordeling van dit aspect. Uit de bovenstaande uitspraak van de rechtbank blijkt dat er met name veel vastigheid wordt ontleend aan het inmiddels 50 jaar oude Kelderluikarrest. De Hoge Raad heeft in dit arrest als het ware vier elementen of gezichtspunten geïntroduceerd, waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad bij gevaarzetting.

De rechter zal in elk concreet geval moeten nagaan of de genomen veiligheidsmaatregelen voldoende waren. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken.

Hierbij is van groot belang dat in iedere beoordeling van de onrechtmatigheid bij gevaarzetting, het Kelderluikarrest niet direct als toevlucht moet worden gebruikt. Het maatschappelijk verkeer met daarin haar zorgvuldigheids- en gedragsnormen is namelijk breder dan de vier criteria die worden genoemd in het arrest. Er moet objectief worden gekeken naar alle omstandigheden binnen de specifieke casus, alvorens de van toepassing zijnde maatschappelijke normen worden getoetst. Het maatschappelijk verkeer en de ongeschreven normen die daarin besloten liggen veranderen mee met de tijd en de samenleving waarin het functioneert. Om diezelfde reden kunnen aansprakelijkheidsvraagstukken waarbij er al dan niet strijd bestaat met het maatschappelijk verkeer, van een heel ander karakter zijn dan de vraagstukken van 50 jaar terug.

‘Een doen of een nalaten in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt’ zal altijd een open norm blijven. Voor de beginnende rechtenstudent en wellicht voor menig jurist is de norm dusdanig open dat deze moeilijk tot de verbeelding kan spreken. Het voordeel is echter dat artikel 6:162 waarbij deze norm geschonden kan worden altijd van toepassing blijft, hoe de samenleving en haar onrechtmatige situaties ook veranderen. Het ongeschreven recht en het maatschappelijk verkeer groeit namelijk mee. Het Kelderluikarrest heeft met haar 4 criteria niet alle ongeschreven maatschappelijke normen omtrent onrechtmatige gevaarzettende situaties kunnen omschrijven. Het biedt louter een aantal invalshoeken waarmee onrechtmatigheidsvraagstukken onder andere kunnen worden bekeken. Dat kan en mag niet vergeten worden door de rechter.

Bekijk de uitspraak hier: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:3592.